Terug naar kantoor: goed voor de werkgever, maar ook voor de werknemer?
Thuiswerken leek na de coronaperiode definitief ingeburgerd. Toch maken steeds meer grote organisaties een opvallende draai. Medewerkers worden weer vaker op kantoor verwacht, meestal minimaal twee of drie dagen per week. Waarom willen werkgevers terug naar kantoor? En belangrijker nog: wat betekent dit voor de medewerkers die inmiddels gewend zijn geraakt aan de vrijheid van hybride werken?
Jarenlang werd thuiswerken gepresenteerd als een belangrijke stap vooruit. Minder reistijd, een betere balans tussen werk en privé en meer vrijheid om de werkdag zelfstandig in te delen. Ook werkgevers ontdekten dat medewerkers prima konden functioneren zonder dagelijks op kantoor aanwezig te zijn.
Toch lijkt het enthousiasme bij een aantal grote werkgevers af te nemen. De wens om medewerkers weer vaker fysiek bij elkaar te brengen wordt steeds nadrukkelijker uitgesproken. En niet altijd op vrijwillige basis.
Waarom willen werkgevers hun medewerkers terug op kantoor?
De belangrijkste argumenten zijn samenwerking, betrokkenheid en bedrijfscultuur. Werkgevers ervaren dat persoonlijk contact iets toevoegt wat via Teams of andere digitale communicatiemiddelen moeilijker te realiseren is.
Een spontaan gesprek bij de koffieautomaat, even overleggen met een collega of gezamenlijk een probleem oplossen: het zijn momenten waarop kennis wordt gedeeld en nieuwe ideeën ontstaan. Zeker voor jonge en minder ervaren medewerkers kan de dagelijkse aanwezigheid van collega’s belangrijk zijn voor hun ontwikkeling.
Daarnaast speelt de bedrijfscultuur een rol. Hoe creëer je verbondenheid met een organisatie wanneer medewerkers elkaar nauwelijks ontmoeten? Hoe zorg je ervoor dat teams goed blijven samenwerken en dat nieuwe collega’s zich onderdeel voelen van het bedrijf?
Het zijn begrijpelijke vragen. Maar er speelt mogelijk nog iets anders.
Gaat het ook om controle?
Niet iedere leidinggevende voelt zich comfortabel bij het aansturen van medewerkers op afstand. Wanneer medewerkers thuiswerken, is minder zichtbaar hoe zij hun werkdag invullen. Meer aanwezigheid op kantoor geeft leidinggevenden het gevoel meer grip te hebben op de dagelijkse werkzaamheden.
Maar is aanwezigheid hetzelfde als productiviteit?
Een medewerker die vijf dagen per week achter zijn bureau op kantoor zit, is niet automatisch productiever dan een collega die drie dagen vanuit huis werkt. Uiteindelijk zou het resultaat van het werk belangrijker moeten zijn dan de locatie waar dat werk wordt uitgevoerd.
Daar ligt misschien wel de belangrijkste uitdaging voor werkgevers: sturen op resultaten in plaats van aanwezigheid.
Wat levert meer kantoorwerk medewerkers op?
Ook voor werknemers heeft werken op kantoor voordelen. Het contact met collega’s, de mogelijkheid om snel te overleggen en het gevoel onderdeel te zijn van een team kunnen bijdragen aan het werkplezier.
Voor starters kan kantoorwerk bovendien helpen om sneller te leren en zich professioneel te ontwikkelen. En voor sommige medewerkers is de scheiding tussen werk en privé juist gemakkelijker wanneer zij niet vanuit huis werken.
Maar daar staat het nodige tegenover.
Meer kantoordagen betekenen ook meer reistijd, hogere reiskosten en minder flexibiliteit. Vooral medewerkers met een langere woon-werkafstand, jonge gezinnen of mantelzorgtaken kunnen hiervan de gevolgen ondervinden.
Bovendien is het maar de vraag of iedere werkdag op kantoor daadwerkelijk iets toevoegt. Wie reist er graag een uur naar kantoor om vervolgens de hele dag online te vergaderen?
Het risico voor werkgevers: minder vertrouwen en verlies van talent
Misschien is dit wel het meest onderschatte aspect van de discussie.
Medewerkers die jarenlang zelfstandig en naar tevredenheid vanuit huis hebben gewerkt, kunnen een verplichte terugkeer naar kantoor ervaren als een gebrek aan vertrouwen.
Waar zij eerder zelf konden bepalen hoe zij hun werkzaamheden het beste organiseerden, worden zij nu geconfronteerd met nieuwe regels. Dat kan gevolgen hebben voor hun motivatie en betrokkenheid.
Ook vanuit arbeidsmarktperspectief is dit een interessante ontwikkeling. De mogelijkheid om hybride te werken is voor veel kandidaten inmiddels een belangrijke arbeidsvoorwaarde geworden.
Werkgevers die deze flexibiliteit beperken, lopen het risico dat medewerkers uitkijken naar een andere baan. Bovendien kunnen zij minder aantrekkelijk worden voor nieuwe kandidaten.
En dat terwijl veel organisaties nog altijd moeite hebben om voldoende gekwalificeerde medewerkers te vinden.
Is verplicht terugkeren naar kantoor dan de oplossing?
Dat valt te betwijfelen. Natuurlijk zijn er werkzaamheden waarvoor fysieke aanwezigheid belangrijk is. Denk aan teamoverleg, begeleiding van nieuwe medewerkers, creatieve sessies en complexe samenwerking.
Maar er zijn ook voldoende werkzaamheden die uitstekend vanuit huis kunnen worden uitgevoerd. Denk aan rapportages, analyses, administratieve werkzaamheden en taken waarvoor juist rust en concentratie nodig zijn.
Waarom zou een werkgever daarin geen onderscheid maken?
In plaats van een algemene verplichting van drie kantoordagen per week, zou het verstandiger kunnen zijn om samen met medewerkers te bepalen wanneer aanwezigheid daadwerkelijk meerwaarde heeft.
Dat vraagt om goede afspraken, vertrouwen en leidinggevenden die in staat zijn om op resultaten te sturen.
Terug naar kantoor of terug naar vertrouwen?
De wens van werkgevers om medewerkers vaker op kantoor te zien, is op zichzelf begrijpelijk. Persoonlijk contact en samenwerking zijn belangrijk voor iedere organisatie.
Maar de vraag is of verplichtingen de juiste manier zijn om dat te bereiken.
Werkgevers willen betrokken medewerkers, een sterke bedrijfscultuur en goede prestaties. Tegelijkertijd willen werknemers autonomie, vertrouwen en een gezonde balans tussen werk en privé.
Die belangen hoeven elkaar helemaal niet in de weg te staan.
Misschien moeten werkgevers daarom niet de vraag stellen hoe zij hun medewerkers vaker naar kantoor krijgen, maar hoe zij een werkomgeving creëren waar medewerkers graag naartoe komen.
Want uiteindelijk gaat goed werkgeverschap niet over het aantal dagen dat iemand op kantoor aanwezig is, maar over de ruimte en het vertrouwen die medewerkers krijgen om hun werk goed te doen.

