Voorkomen is beter dan genezen. Het is een uitspraak die iedere werkgever zal onderschrijven. Toch besteden bedrijfsartsen het grootste deel van hun tijd aan werknemers die al zijn uitgevallen. Terwijl iedere werknemer wettelijk het recht heeft om de bedrijfsarts preventief te raadplegen, wordt deze mogelijkheid nog lang niet optimaal benut. Hoe komt dat? En laten werkgevers daarmee niet een belangrijke kans liggen om langdurig verzuim te voorkomen?
De bedrijfsarts: vooral bezig met werknemers die al ziek zijn
Wie aan de bedrijfsarts denkt, denkt al snel aan ziekteverzuim, probleemanalyse, belastbaarheid en re-integratie. Niet verwonderlijk, want een groot deel van het werk van bedrijfsartsen bestaat uit het begeleiden van werknemers die vanwege gezondheidsklachten geheel of gedeeltelijk zijn uitgevallen.
Maar de bedrijfsarts heeft ook een andere, minstens zo belangrijke taak: voorkomen dat werknemers uitvallen.
Juist die preventieve rol komt onvoldoende uit de verf. Dat blijkt uit recent promotieonderzoek, dat in september 2026 door het RIVM onder de aandacht werd gebracht. Vrijwel alle bedrijfsartsen beschouwen preventie als onderdeel van hun werk, maar slechts 57% verwacht daadwerkelijk aan die preventieve taken toe te komen.
Een opmerkelijke uitkomst. Want terwijl werkgevers worstelen met langdurig verzuim, krijgen de professionals die kunnen bijdragen aan het voorkomen daarvan onvoldoende gelegenheid om hun preventieve deskundigheid in te zetten.
Het preventieve spreekuur: een recht dat lang niet iedereen kent
Sinds 2017 is in de Arbeidsomstandighedenwet vastgelegd dat werknemers zonder toestemming van hun werkgever de bedrijfsarts kunnen raadplegen over hun gezondheid in relatie tot het werk. Dat geldt ook wanneer zij nog niet ziek zijn of zelfs nog geen concrete gezondheidsklachten hebben.
Dit wordt het preventieve spreekuur genoemd, ook wel het open spreekuur of arbeidsomstandighedenspreekuur.
Het biedt werknemers de mogelijkheid om in een vroeg stadium vragen of zorgen te bespreken. Bijvoorbeeld wanneer de werkdruk te hoog wordt, er sprake is van spanningen op de werkvloer, lichamelijke klachten ontstaan door de werkzaamheden of wanneer iemand merkt dat de combinatie van werk en privé steeds moeilijker vol te houden is.
De bedrijfsarts kan vervolgens adviseren over mogelijke maatregelen om gezondheidsproblemen en toekomstig verzuim te voorkomen.
Het gesprek is vertrouwelijk. De werknemer hoeft zijn werkgever niet om toestemming te vragen en de bedrijfsarts mag zonder toestemming geen medische of andere vertrouwelijke informatie uit het consult met de werkgever delen.
Maar hoe bekend is het preventieve spreekuur eigenlijk?
De Nederlandse Arbeidsinspectie constateerde in haar onderzoek Arbo in Bedrijf 2022–2023 dat bij slechts 38% van de onderzochte bedrijven gebruik werd gemaakt van de mogelijkheid tot vrije toegang tot de bedrijfsarts. Ter vergelijking: bij 93% werd gebruikgemaakt van ziekteverzuimbegeleiding.
Deze cijfers zeggen niet hoeveel individuele werknemers een preventief spreekuur bezochten, maar ze illustreren wel het grote verschil tussen de aandacht voor verzuimbegeleiding en het benutten van preventieve mogelijkheden.
Waarom komt de bedrijfsarts onvoldoende toe aan preventie?
Een belangrijke verklaring is de manier waarop arbodienstverlening in Nederland is georganiseerd.
De meeste werkgevers hebben afspraken met een arbodienstverlener over verzuimbegeleiding. Zodra een werknemer uitvalt, ontstaan verplichtingen en termijnen vanuit de Wet verbetering poortwachter. Er moeten beoordelingen plaatsvinden, adviezen worden opgesteld en re-integratieactiviteiten worden uitgevoerd.
Die werkzaamheden zijn noodzakelijk en vragen veel capaciteit van bedrijfsartsen.
Preventie kent een andere dynamiek. Er zijn minder directe prikkels om daadwerkelijk tijd en middelen vrij te maken. De opbrengsten zijn bovendien minder zichtbaar: een werknemer die dankzij tijdige begeleiding niet uitvalt, verschijnt immers niet in de verzuimstatistieken.
Ook de steun vanuit werkgevers speelt een belangrijke rol. Uit het eerdergenoemde promotieonderzoek blijkt dat slechts 43% van de bedrijfsartsen voldoende steun ervaart van de werkgevers waarvoor zij werken bij het uitvoeren van preventieve werkzaamheden.
Daarmee ligt het probleem niet uitsluitend bij de bedrijfsarts of de arbodienstverlener.
Werkgevers bepalen immers mede welke dienstverlening zij inkopen en hoeveel ruimte er binnen de samenwerking wordt geboden voor preventieve activiteiten.
Wanneer een contract vooral gericht is op verzuimbegeleiding, is het niet verrassend dat de beschikbare capaciteit voornamelijk daaraan wordt besteed.
Kan het preventieve spreekuur psychisch verzuim helpen voorkomen?
Juist bij psychische overbelasting kan het preventieve spreekuur van grote betekenis zijn.
Stress, overspannenheid en burn-out ontstaan vaak geleidelijk. Werknemers ervaren gedurende langere tijd een toenemende werkdruk, slapen slechter, hebben moeite zich te concentreren of merken dat hun energie steeds verder afneemt.
Toch blijven veel medewerkers doorwerken. Soms omdat ze hun collega’s niet willen belasten, soms omdat ze denken dat de klachten vanzelf verdwijnen. Anderen vinden het moeilijk om hun problemen met hun leidinggevende te bespreken.
Een preventief gesprek met de bedrijfsarts kan in zo’n situatie uitkomst bieden.
De bedrijfsarts kan samen met de werknemer onderzoeken welke factoren bijdragen aan de overbelasting, welke gezondheidsrisico’s aanwezig zijn en welke veranderingen mogelijk nodig zijn om uitval te voorkomen.
Dat kan leiden tot adviezen over het tijdelijk aanpassen van werkzaamheden, het verminderen van de werkdruk, het verbeteren van de balans tussen werk en privé of het inschakelen van aanvullende ondersteuning.
De meerwaarde zit vooral in het moment waarop dit gebeurt.
Waarom zouden we wachten totdat een werknemer zich ziek meldt, wanneer er al eerder signalen zijn dat het niet goed gaat?
Het preventieve spreekuur biedt de mogelijkheid om die signalen serieus te nemen voordat ze leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid.
Daarbij moeten we wel realistisch blijven. Niet iedere burn-out of andere psychische aandoening kan worden voorkomen. Ook persoonlijke omstandigheden en gezondheidsproblemen buiten het werk kunnen een belangrijke rol spelen. Bovendien is het preventieve spreekuur geen behandeling op zichzelf.
Maar vroegtijdige signalering, deskundig advies en passende aanpassingen in het werk kunnen wel bijdragen aan het verminderen van gezondheidsrisico’s.
Van een wettelijke verplichting naar een actief preventiebeleid
Het beschikbaar stellen van een preventief spreekuur is één ding. Ervoor zorgen dat werknemers er daadwerkelijk gebruik van kunnen en durven maken, is iets anders.
Daar ligt een belangrijke opdracht voor werkgevers en arbodienstverleners.
Het begint met bekendheid. Werknemers moeten weten dat zij zelfstandig contact kunnen opnemen met de bedrijfsarts, zonder toestemming van hun leidinggevende en zonder dat de inhoud van het gesprek automatisch bij de werkgever terechtkomt.
Maar alleen informeren is onvoldoende. De voorziening moet ook laagdrempelig en praktisch toegankelijk zijn. Wanneer werknemers weken moeten wachten op een afspraak of niet weten hoe ze de bedrijfsarts kunnen bereiken, gaat een belangrijk deel van de preventieve waarde verloren.
Daarnaast zouden leidinggevenden het preventieve spreekuur veel vaker onder de aandacht kunnen brengen. Bijvoorbeeld wanneer een medewerker aangeeft moeite te hebben met de werkdruk, regelmatig oververmoeid is of zorgen heeft over zijn gezondheid in relatie tot het werk.
Niet als verplichting, maar als mogelijkheid om onafhankelijk deskundig advies te krijgen.
De arbodienstverlener kan ook een actievere rol vervullen. Bijvoorbeeld door periodiek met werkgevers te bespreken hoe het preventieve spreekuur wordt aangeboden, of de toegankelijkheid voldoende is en welke preventieve ondersteuning nodig is.
Daarbij hoort ook aandacht voor de organisatie als geheel. Wanneer meerdere medewerkers binnen een afdeling problemen ervaren door hoge werkdruk, is het niet voldoende om uitsluitend individuele gesprekken aan te bieden.
Dan moet ook worden gekeken naar de arbeidsomstandigheden die aan deze problemen bijdragen.
De bedrijfsarts kan hierover op organisatieniveau adviseren, bijvoorbeeld aan de hand van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), werkplekonderzoek en signalen uit de organisatie. Daarbij blijft de vertrouwelijkheid van individuele spreekuurcontacten gewaarborgd.
Preventie vraagt ook om andere keuzes van werkgevers
Misschien ligt hier wel de belangrijkste uitdaging.
Werkgevers investeren doorgaans zonder veel discussie in de begeleiding van zieke werknemers. De wettelijke verplichtingen zijn duidelijk en de financiële gevolgen van langdurig verzuim zijn direct merkbaar.
Bij preventie ligt dat anders. De investering moet vooraf worden gedaan, terwijl het resultaat niet altijd eenvoudig aantoonbaar is.
Toch zou juist dat een reden moeten zijn om preventie serieuzer te nemen.
Een werkgever die jaarlijks aanzienlijke bedragen besteedt aan verzuimbegeleiding, zou zich ook moeten afvragen welk deel van dat budget wordt ingezet om toekomstig verzuim te voorkomen.
Dat betekent niet dat iedere werknemer regelmatig op preventief spreekuur moet worden gestuurd. Het gaat erom dat de mogelijkheid bekend, toegankelijk en beschikbaar is op het moment dat daar behoefte aan bestaat.
Ook vraagt het om andere afspraken met arbodienstverleners. Niet alleen over de snelheid waarmee zieke werknemers worden gezien, maar ook over de beschikbaarheid van de bedrijfsarts voor preventieve consulten en advisering over gezonde arbeidsomstandigheden.
En misschien nog belangrijker: werkgevers moeten bereid zijn om daadwerkelijk iets te doen met de adviezen die uit preventieve begeleiding voortkomen.
Want wanneer een bedrijfsarts adviseert om de werkbelasting te verminderen, maar de organisatie daar geen ruimte voor biedt, blijft de preventieve waarde beperkt.
Voorkomen is beter dan genezen. Maar handelen we daar ook naar?
Het preventieve spreekuur is geen nieuw instrument. Het is al jaren wettelijk geregeld en de deskundigheid van de bedrijfsarts is beschikbaar.
Toch wordt die deskundigheid nog altijd vooral ingezet wanneer werknemers al zijn uitgevallen.
Dat roept de vraag op of werkgevers en arbodienstverleners hun prioriteiten niet opnieuw moeten bekijken.
Natuurlijk blijft goede verzuimbegeleiding noodzakelijk. Maar een effectief arbobeleid zou zich niet alleen moeten richten op het beperken van de duur van verzuim, maar vooral ook op het voorkomen ervan.
Het preventieve spreekuur kan daarin een belangrijke rol spelen, mits werkgevers het actief onder de aandacht brengen, arbodienstverleners voldoende capaciteit beschikbaar stellen en werknemers zich vrij voelen om er gebruik van te maken.
Moeten we daarom niet alleen vragen hoe snel een werknemer na uitval bij de bedrijfsarts terecht kan, maar vooral hoe gemakkelijk diezelfde werknemer de bedrijfsarts kan bereiken vóórdat hij uitvalt. Want voorkomen is inderdaad beter dan genezen. Maar dan moeten we de mogelijkheden om te voorkomen ook daadwerkelijk benutten.

